ENERGIE

Voor Mijnheer I. Kaa zijn er een aantal gegevenheden die in combinatie verwarrende gevolgen hebben:
licht - het ruimte/tijd continuüm - materie (als heilige drie-eenheid van de kunsten) komen pas in beweging door energie. Is eenmaal een beweging ingezet, dan blijft niets meer zoals het was.

Als ‘maker’ in hart en nieren moét Mijnheer I. Kaa iets:
hij vertaalt het ruimte-tijd continuüm in vlak
hij vertaalt licht in kleur
hij vertaalt materie in vorm
en hij vertaalt energie in handeling

Het blijft Mijnheer I. Kaa verbazen dat dit alles er is en dat het er niet niet is. Èn dat hij dit kan zeggen: want hoe kan je veronderstellen dat iets - dat je hét kan noemen - er desondanks niet zou kunnen zijn?