TIJD

Ondanks het feit dat er geen duidelijke aanwijzing is voor het feit dat er zo iets zou kunnen bestaan dat ‘tijd’ wordt genoemd, gaat het Mijnheer I. Kaa wat ver om die mogelijkheid geheel te verwerpen.

Om dit probleem op te lossen maakt Mijnheer I. Kaa onderscheid tussen enerzijds de ervaring van werkelijkheid zoals die zich in het dagelijks leven voordoet - hij noemt dat zijn onmiddellijke leven - en anderzijds het feit dat zijn denken geen plaats voor een concreet aanwezige tijd kan ontdekken.

Mijnheer I. Kaa vindt dat onmiddellijke leven dan ook maar een verwarrende tijdsbesteding.